Sociaal emotionele ontwikkeling

Een veilig klimaat

Op de Bosch en Hovenschool vinden we het belangrijk dat de kinderen zich in een veilige omgeving kunnen ontwikkelen. Het opstellen, hanteren en naleven van duidelijke regels en afspraken helpt daarbij. Samen zorgen we voor een fijne sfeer in de school. We zijn verantwoordelijk voor elkaar, ons leerproces en voor onze spullen. Het maakt dat we ons veilig kunnen voelen. Veiligheid is een belangrijke voorwaarde om goed te kunnen functioneren op school en om je te kunnen ontwikkelen. In een veilige schoolomgeving is het belangrijk om respect voor elkaar en elkaars spullen te hebben. De leerkrachten geven elke dag alle leerlingen bij het binnenkomen en het naar huis gaan een hand. Hierbij wordt bewust oogcontact gezocht waardoor de leerling zich gezien voelt en daarbij weet dat hij zich respectvol dient te gedragen in het lokaal. De leerlingen spreken de leerkrachten beleefd en met 2 woorden aan en zijn verplicht om vanaf groep 5 de leerkracht met u aan te spreken. In het gedragsplan staat o.a. beschreven hoe we (preventief) omgaan met pestgedrag. Het volledige gedragsplan is op de website terug te vinden bij de protocollen.

 

De ingezette methodiek

Om planmatig aandacht te besteden aan de sociaal emotionele competenties, worden naast de gemaakte klas- en schoolafspraken, verschillende methoden ingezet. Als leermethode wordt wekelijks “Kinderen en hun sociale talenten”  en “Trefwoord” gebruikt. Uit preventief oogpunt krijgen de leerlingen in groep 5 de sociaal emotionele training Rots en Water van OOKpedagogisch.

Het leerlingvolgsysteem “Scol” helpt de leerkrachten de sociale competenties van kinderen in kaart te brengen en op die manier eventuele problemen te signaleren. Tevens geeft Scol de leerkrachten handvatten/tips om bepaalde competenties te verbeteren. Bij de kinderen van groep 2 t/m 8 vult de leerkracht jaarlijks 2 x een vragenlijst in. In de groepen 5 t/m 8 vullen de kinderen ook zelf een lijst in.

Extra ondersteuning

Soms heeft een leerling of een groep op sociaal emotioneel vlak extra ondersteuning nodig. De groepsleerkracht speelt hier in eerste instantie op in m.b.v. bovengenoemde methoden. Wanneer er aanleiding toe is, heeft de school  andere middelen ter beschikking. Op groepsniveau kan een training van OOKpedagogisch ingezet worden. Als een individuele leerling extra ondersteuning nodig heeft, kan binnen de school op een laagdrempelige manier in gesprek gegaan worden met een leerling m.b.v. de Teken je gesprek methode of kindercoaching.

Aanpak bij ruzie of pestgedrag

Als een conflict zich tussen kinderen afspeelt, dan zal de school kiezen voor een oplossingsgerichte aanpak. Dat wil zeggen: de school zoekt een oplossing die alle partijen (zoveel mogelijk) recht doet en waarborgt gemaakte afspraken.

Als een leerling het gevoel heeft dat hij/zij gepest wordt, dan zijn er drie stappen die de leerling zelf kan doorlopen:

Stap 1:

Probeer er eerst zelf (en samen) uit te komen. Zeg tegen de pester dat je het niet meer leuk vindt. Praat hierbij duidelijk, sta stevig en trek een neutraal gezicht.

Stap 2:

Gaat het ongewenst gedrag door? Loop weg naar iemand die je vertrouwt (maatje).

Stap 3:

Gaat het ongewenste gedrag nog steeds door? Loop met je maatje naar de meester of juf: die grijpt in.

De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
Het gepeste kind wordt gevraagd of hij/zij bovenstaande stappen heeft doorlopen. Met de pester wordt besproken welk gedrag van hem/haar wordt verwacht.
Bij herhaling van pesterijen/ruzies tussen dezelfde kinderen volgen sancties (zie consequenties).
De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

 

Advies aan ouders

Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis / de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost, maar worden uitgesproken. Het is essentieel dat kinderen gehoord worden en zowel op school als thuis kunnen praten over de dagelijkse dingen die hen bezighoudt. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en  kinderen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

 

Ouders van gepeste kinderen

1. Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
2. Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
3. Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.
4. Door positieve stimulering kan het zelfrespect vergroot worden of weer terugkomen.
5. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
6. Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.
Tips om een gesprek met uw kind te voeren
–          Heb een open houding zonder emotie.
–          Geef uw kind erkenning en begrip.
–          Bespreek hoe het pesten gaat.
–          Maak onderscheid tussen plagen en pesten.
–          Vraag je kind of hij/zij weet waarom hij/zij wordt gepest.
–          Vraag je kind naar zijn/haar oplossing.

 

Ouders van pesters

1. Neem het probleem van uw kind serieus
2. Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.
3. Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.
4. Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.
5. Besteed extra aandacht aan uw kind.
6. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
7. Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.
8. Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.
Tips om een gesprek met uw kind te voeren
–          Heb een open houding zonder verwijten naar uw kind.
–          Geef uw kind erkenning en begrip.
–          Bespreek hoe en waarom uw kind pest.
–          Vraag je kind naar zijn/haar oplossing.

 

Alle ouders

1. Neem de ouders van het gepeste kind serieus
2. Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
3. Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
4. Geef zelf het goede voorbeeld.
5. Leer uw kind voor anderen op te komen.
6. Leer uw kind voor zichzelf op te komen.
7. Houd uw kind ook digitaal goed in de gaten. Beveilig de computer op de juiste manier en bekijk regelmatig de zoekgeschiedenis van de computer.